| Judo Geschiedenis |
AlgemeenHoewel judo een typische Zen-kunst is en tegelijkertijd een filosofie, een esthetiek, een theorie en een praktijk, gebaseerd op het menselijk instinct, wordt het door het merendeel der beoefenaren niet zo gezien. In de Kodokan (= het huis waar men de Tao of Do, de filosofie van het unieke principe, leert) spreekt men er niet veel over; judo is alleen sport geworden. Het filosofische beginsel leeft echter nog sterk in Japan. Men zou judo kunnen definiëren als een eclectisch stelsel van gevechtstechnieken, die door Jigoro Kano met een opvoedkundig doel zijn samengevoegd. Gumji Koizumi beschreef judo als een wetenschap van studie van de potentiële krachten van lichaam en geest en van de manier om ze in gevechtstechnieken zo doelmatig mogelijk toe te passen. Daarom heeft het judo te maken met het bestuderen van de wetten der zwaartekracht, dynamica en mechanica, voorzover betrekking hebbend op de functie van het menselijk lichaam en de interrelatie van fysieke, mentale, emotionele en gevoelsmatige acties en reacties en is gebaseerd op een voortdurende en vlijtige training. De gevolgen, die de judotraining heeft op de staat van lichaam en geest, vormen de werkelijke waarde ervan voor ons leven; aldus Koizumi. Doelmatigheid in judo is dus wel een essentieel aspect, maar is slechts middel en niet doel. Oorsprong en geschiedenis van jiu-jitsu en judozijn ontstaan heeft de mens, met instinct voor zelfbehoud, gevochten en werd daardoor geïnspireerd zijn lichamelijke vaardigheid te ontwikkelen en te verbeteren en zijn lichaamskracht zo doelmatig mogelijk te gebruiken.Bij de pogingen daartoe waren milieu en levensomstandigheden van invloed op de variaties in de ontwikkeling.Daar het doel en de lichaamsmechanica gemeenschappelijk waren, konden de resultaten niet zo geheel verschillend zijn. Zonder twijfel is dat de reden van het over de wereld verspreid aantreffen van gegevens over gevechtstechnieken, die met jiu-jitsu overeenkomen en anderzijds over het gebrek aan gegevens betreffende het ontstaan van jiu-jitsu. De verscheidene opvattingen over oorsprong en ontstaan van jiu-jitsu zijn vaak gebaseerd op verhalen over bepaalde scholen of op zeldzame en vaak niet betrouwbare manuscripten, niet alleen uit Japan, maar ook uit China, Perzië, Egypte en Duitsland. VoorgeschiedenisVolgens T. Shidachi (een leerling van Jigoro Kano) is de oorsprong van jiu-jitsu niet duidelijk en is de tijd van eerste uitvoering niet bekend. Het is naar zijn mening zonder twijfel een zuiver Japanse kunst en niet afkomstig uit China, zoals ook wordt beweerd , hoewel invloed van Kempo, meegebracht door de Chinees Chin-Genpin (ca. 1659) buiten twijfel is. Het jiu-jitsu (ook wel bekend onder de namen yawara, tai-jutsu, wa-jutsu, komiuchi e.a.) bestond buiten het vechten met een wakizashi (een zeer kort zwaard) onder meer uit werpen, slaan, stoten (met vuist) en steken (met vingers), trappen, verwurgen, aanvallen op gewrichten (buigen en verdraaien) en het onder controle houden van de tegenstander. Andere bekende scholen waren Kiushin-Ryu, Sekiguchi-Ryu, Shibukawa-Ryu, Yoshin-Ryu en de Tenshin-Ryu. Het is opvallend, dat bijna al deze scholen zijn ontstaan in het hart van Japan. In de laatste helft van de 18e eeuw kreeg het jiu-jitsu eveneens vaste voet in diverse provincies, totdat het begon terug te lopen met de dreigende val van het feodalisme Japans isolementHet eerste contact van het Westen met Japan was in 1552, toen een groep Portugezen landde op het eiland Tanegashima en vuurwapens invoerde. Tussen 1609 en 1613 werden de eerste handelsaccoorden gesloten tussen Japan, Holland, China en Engeland. Wetten van Shogun Iemitsu in 1633 verboden de Japanners zich buiten de grenzen te begeven. 1n 1639 werden de Portugezen verbannen en - behalve enkele Hollandse kooplieden - spoedig ook alle andere Europeanen. Voorbereidende studie (1876 - 1881)Jigoro Kano, geboren op 28 oktober 1860 te Kikage, begon als 16-jarige te studeren aan de Keizerlijke Universiteit te Tokyo en behaalde op 21-jarige leeftijd zijn graad. Hij deed aan vele sporten, waaronder baseball en gymnastiek, doch zijn lichaamsbouw en geringe fysieke mogelijkheden stonden grote prestaties in de weg. Hij had gehoord van jiu-jitsu, een kunst waarmede de fysiek zwakkere een tegenstander met herculische krachten zelfs zou kunnen verslaan, hetgeen hem zo aantrok, dat hij in 1876 besloot jiu-jitsu te gaan beoefenen. Als gevolg van de gewijzigde sociale omstandigheden in de Meiji-periode (zoals eerder vermeld) kostte het Jigoro Kano veel moeite goede leermeesters te vinden. Hij studeerde bij H.Fukuda en M. Iso op de Tenshin-Shinyo-Ryu en ging na de dood van M. Iso over naar de Kito-Ryu. Als resultaat van zijn studie van sumo en Europees worstelen bracht Kano de gata-guruma. Daarna ontwikkelde hij de koshi-waza. Niet tevreden ging hij door met onderzoeken, combineren, elimineren en systematiseren en introduceerde hij zijn ashi-waza. Na 1900, als gevolg van overwinningen van de jiu-jitsu-vechter Tanabe in katame-waza, gaf hij daaraan grote aandacht; voordien had tachi-waza de voorkeur. Kano kwam tot de conclusie, dat het jiu-jitsu van de diverse Ryu veel goeds had, doch lang niet volmaakt was; bovendien was de beoefening van het jiu-jitsu volgens de oude stijl feitelijk een harde, op vernietiging gerichte, gevechtskunst. Na een grondige vergelijkende studie creëerde hij een nieuw systeem voor lichamelijke opvoeding en geestelijke vorming, waarin het wedstrijdelement een wezenlijk onderdeel bleef, doch nooit hoofdzaak mocht zijn. Het doel was het streven naar een volmaakte harmonie van lichaam en geest door toepassing van het principe "doelmatig gebruik van energie, zowel geestelijk als lichamelijk". Kano noemde het JUDO, ervan uitgaande dat het niet alleen ging om Jutsu (= kunst, praktijk), maar vooral om Do (Chinees Tao = weg/principe). Oprichting Kodokan (1882)
De Kodokan begon in de loop van dat jaar mct 22 leerlingen, waarvan er vier beroemd werden:
Kano zocht geen publiciteit bij zijn studie van het judo en gebood zijn leerlingen om gevechten met andere scholen te vermijden. Na enkele provocerende uitdagingen, die uitliepen op duidelijke overwinningen van S. Saigo en T. Tomita op hun tegenstanders, kon een openlijke confrontatie niet langer uitblijven. Erkenning Kodokan (1886)Op een door de nieuwe hoofdcommissaris Mishima speciaal bijeengeroepen toernooi op 10 juni 1886 op het hoofdbureau van politie te Tokyo kwam het Kodokan-team te staan tegenover 15 bekende jiu-jitsu-vechters. Verspreiding van het judoIn 1889 ging Jigoro Kano naar Europa om daar de methoden van onderwijs te bestuderen. Naast enige professoraten bekleedde hij diverse functies in de sector van het onderwijs. Reorganisatie Kodokan (1909)Het onderricht in die tijd werd als een soort "zending" beschouwd; leerlingen werden toegelaten voor de nominale kosten of gratis en in sommige gevallen kregen zij zelfs kost en inwoning. De Kodokan maakte geen kosten en de kleding werd gratis geleverd. Toen professor Jigoro Kano nog vrijgezel was waren zijn persoonlijke uitgaven gering, maar de onderhoudskosten van de Kodokan en de Bobunkan, alsmede de voeding van diverse van zijn leerlingen, werden niet gedekt door zijn inkomen. Daarom moest hij vaak vertaalwerk (uit het Engels) aannemen om de tekorten te kunnen opvangen. In 1922 voltooide Jigoro Kano zijn systeem met ondermeer katame-waza. De "Kodokan Raad van Yudansha" werd ingesteld en de "Kodokan Culturele Gemeenschap" werd gevestigd met de leuzen: SEIOKU-ZEN'YO = maximale doelmatigheid en In 1909 werd professor Jigoro Kano lid van het "Internationaal Olympisch Comité " en bezocht, beginnend met de 5e Olympische Spelen in Stockholm (1912) alle volgende Olympische Spelen, waaronder de 9e in Amsterdam in 1928. Toen hij daarvan terugkwam had hij voor het eerst hoop, dat judo eens op de Olympische Spelen zou komen. De onbeschreven periode (1938 - 1945)Na het plotseling overlijden van professor Jigoro Kano werd N. Jiro de tweede president van de Kodokan (1938 - 1946). Door de omstandigheden van de Tweede wereldoorlog kreeg het judo een ernstige terugslag, niet alleen in Japan, maar ook elders in de wereld. Herleving van het judoNa de oorlog steeg het enthousiasme voor judo hoog door geheel Japan. De eerste judokampioenschappen werden gehouden in 1948. De "All Japan Judo Association" werd opgericht in 1949.
|
Judo Geschiedenis
Toen professor Jigoro Kano besloot zijn concept in de praktijk te brengen leefde hij in de Boeddhistische tempel Eishoji. Als eerste stap inviteerde hij enige studenten van het Gakushuin College, waar hij docent was en van de Kobun Gakuin, zijn privé-school voor Engels. Hij gebruikte zijn eigen kamer van 12 tatami (5,49 x 3,66 meter). Zo werd de Kodokan opgericht in 1882.